Bedoel je de Paashaas misschien? Nee, de Paashond! Doet het er trouwens toe? Pasen is toch feest van het absurde? Feest van de overwinning op de dood? Alsof dat mogelijk is. Begrijpen doe ik het niet. Maar afwijzen ook niet. Ik blijf ergens tussen hemel en aarde hangen. Pasen is het feest van het absurde, van wat zich per definitie niet laat begrijpen. In het licht daarvan is de Paashaas niet minder absurd dan de Paashond. Maar wat is de Paashond? Bestaat die wel? Ik zou wel willen beweren dat de Paashond werkelijker is dan menige Paashaas. Maar wij kennen de Paashond niet. En de Paashaas wel. Die stamt nog uit onze kindertijd.
De Paashaas kwam trouwens niet zomaar langs. Dat werd mij als kind al duidelijk gemaakt. Je schreef een brief aan de Paashaas. Of je belde hem op om even langs te komen. Volstrekt logisch natuurlijk. Ik lette daar altijd scherp op. “Ma, heb je de Paashaas al gebeld?” “Nee?? Maar wat nu? Zo hebben we zo dadelijk geen Paaseieren!” Snel ging mijn moeder de Paashaas bellen en was ik weer gerust gesteld. Het zou goed komen…
Het godsdienstige Pasen heeft ook die geruststelling: het kwam goed met Jezus. En het zal daarom ook goed met ons komen. Het is een godsdienst met een goed einde. Sprookjesachtig bijna. En zij leefden nog lang en gelukkig… Maar is het ook reëel? En is dat nu werkelijk de kern van Pasen? Van opstanding?
De evangelist Matteüs laat Jezus een heel eenvoudig zinnetje zeggen nadat zich een bovennatuurlijk scene heeft afgespeeld. Jezus is op een berg met drie discipelen. En ineens zijn daar ook Mozes en Elia als twee geestverschijningen van voorbij de dood. En er is ook een stralende wolk en een hemelse stem die over Jezus zegt: “Dit is mijn geliefde zoon. Luister naar hem!” Het is allemaal overweldigend, en de discipelen werpen zich neer op de aarde en durven niet meer op of om te kijken. Vervolgens gaat Jezus naar de discipelen toe en spreekt dat eenvoudige zinnetje uit: “Sta op en wees niet bang!” Wanneer zij daarop om zich heen kijken, is alles weer normaal. Alle bovennatuurlijke elementen zijn verdwenen. En alles is weer terug bij het oude. Deze scene met dit ene zinnetje vindt ver voor Pasen plaats. En toch verwoordt de Jezus van Matteüs hier iets wat als de kern van Pasen zou kunnen worden opgevat: opstaan en niet bang zijn. Het wordt verder niet uitgelegd. Er wordt niets beloofd. Het wordt domweg gesteld. Je zou het daarom kunnen opvatten als een manier van leven. Leven betekent hier: Leven vanuit vertrouwen. En leven vanuit vertrouwen betekent hier: opstaan en niet bang zijn. Telkens opnieuw. Dat mag dan absurd zijn, maar wat is het alternatief? Leven in angst?
Het is hier dat ik aan de Paashond moest denken. Dat woord heb ik bedacht. Maar ik geloof dat zij bestaan. De Paashond of liever de Paashonden vind je bijvoorbeeld op YouTube. Vele filmpjes van Paashonden. Het filmpje toont een hondenkennel. In een grote ruimte zitten een stuk of dertig mensen verspreid op stoelen. Zij wachten tot er een deur opengaat en er een hond het lokaal wordt ingelaten. Deze hond zal weldra zijn of haar nieuwe eigenaar kiezen. De mensen mogen verder niets doen. Alleen stil zitten en wachten. Heel rustig wandelt de hond naar één van de aanwezigen en blijft stil staan. Soms springt de hond ook op schoot of gaat bij de voeten liggen. Op dat moment is de keuze gemaakt en omhelst de nieuwe eigenaar de hond. En meestal barst de nieuwe eigenaar dan in tranen uit. Hij of zij is gekozen door deze hond! En ook de omstanders breken in tranen uit. En ook de toeschouwer van het YouTube-filmpje breekt in tranen uit. Waarom? Wat gebeurt hier allemaal? Wat maakt dit zo emotioneel?
De nieuwe eigenaar ontfermt zich over een hond die om wat voor reden dan ook eenzaam was en zonder baasje. Dat raakt ons. Maar in dit geval ontfermt de hond zich ook over zijn of haar nieuwe baasje. Want de hond kiest en bepaalt kwispelend wie zij of hij waardig acht als baasje. De hond en niet de mens maakt de match tussen hond en mens. En voor een mens is die keuze van de hond een overweldigende ervaring. Het is bijna alsof die hemelse stem hier klinkt: “Dit is mijn geliefde zoon (of dochter). Luister naar hem (of haar)!” Het is een vorm van wat je een genade-moment zou kunnen noemen. Die hond die ‘mij’ om niet ziet staan of ziet zitten. Vrije erkenning van ‘mijn’ klein bestaan. Hoe vaak overkomt je dat? Meestal niet erg vaak. Mensen zijn daar karig mee. Maar honden zijn genereus. En vanuit zo’n hond gaat ook de uitnodiging: “Sta op en wees niet bang!” En misschien moet daar nog een zinnetje bij: “Want ik ben bij je!” Als een hond zo kan leven en zo kan geven, waarom ‘ik’ dan ook niet?
Ik zei toch: de Paashond! En niet de Paashaas. En de Paashond? Die komt zomaar langs. Die hoef je niet op te bellen.